‘Later als ik groot ben…’

Margreet Krommendijk
Door Margreeth Krommendijk op 8 maart 2018 19:52

‘Later als ik groot ben…’

Een paar jaar geleden vroeg mijn middelste wat ik later wilde worden als ik groot was. De vraag triggert mij sinds die tijd. Ben ik al iets of ga ik nog iets worden? Heb ik nog dromen?

Een paar jaar geleden vroeg mijn middelste wat ik later wilde worden als ik groot was. De vraag triggert mij sinds die tijd. Ben ik al iets of ga ik nog iets worden? Heb ik nog dromen?

Ik ben al iets en van daaruit ga ik verder. Ik kan niet tegen oneerlijkheid, zeker niet als dat ten koste gaat van de kwetsbare of zwakkere mensen in de samenleving. Ik ben iemand die een zorgvuldige mening wil hebben. Ik wil geen roeptoeter zijn. Mijn ouders hebben mij een goed voorbeeld gegeven. Thuis moest ik zelf nadenken over regels: wat is een goede tijd om thuis te komen en waarom? Zelf je verantwoordelijkheid nemen voor dingen en bedenken waarom je iets wel of niet zou gaan doen. Ik ben ze daar dankbaar voor.

Als ik heel eerlijk ben, heb ik al heel lang de wens om mij in te zetten voor de politiek. Steeds zijn er andere dingen die op mijn pad komen en die ik doe, maar de politiek blijft trekken. MIsschien is later nu gekomen?

 

Waardig ouder worden vind ik een belangrijk en mooi thema dat heel goed past bij de ChristenUnie: elk mens doet ertoe, maar steeds vaker lijkt de samenleving mensen als producten te zien. Als je niet meer van direct nut bent, hoeven we je niet meer?? Daar kan ik heel boos over worden. Ieder mens is uniek én waardevol. Waar je geboren wordt, wie je bent en wat je kunt kun je niet veranderen, maar wel kun je veel doen met de mogelijkheden die je krijgt. We moeten veel meer kijken naar wat iemand wél kan, in plaats van wat iemand niet meer kan. Onze ouders, grootouders en andere ouderen hebben ons veel meegegeven en dat doen ze nog steeds. Lokaal wil ik mij voor dit en andere thema’s volledig inzetten.

 

En mijn dochter: die hoeft nog niet te kiezen wat ze later wil worden.

Deel dit bericht

Labels: